uitwerking van de behuizing voor De Gouden Koets

BOUWBURO rood-hart heeft de opdracht gekregen van Kloosterboer te Purmerend voor de bouwkundig- en constructieve uitwerking van de behuizing voor De Gouden Koets.
Op donderdag 17 juni 2021 heeft Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander de tentoonstelling De Gouden Koets officieel geopend in het Amsterdam Museum.
 
De koets is een week daarvoor in de nacht met een hijskraan over het museumgebouw heen getild en op de binnenplaats geplaatst. Hier werd de koets zorgvuldig de glazen beschermkast ingereden en vervolgens werd de vitrine direct gesloten met twee glasplaten. Na een restauratie van ruim vijf jaar is de Gouden Koets voor het eerst weer voor publiek te zien.
 
Het rijtuig wordt tot en met 27 februari 2022 in bruikleen gegeven aan het Amsterdam Museum. Daarmee keert de koets tijdelijk terug naar Amsterdam, de stad die hem in 1898 aan koningin Wilhelmina schonk. De Gouden Koets wordt getoond in een glazen behuizing op de ruime meisjesbinnenplaats van het Amsterdam Museum. Het rijtuig is inzet van een actueel debat vanwege een van de zijpanelen, getiteld Hulde der Koloniën. Hierop overhandigen mensen uit de koloniën producten en andere geschenken aan een witte jonge vrouw die Nederland uitbeeldt. Steeds meer mensen vinden deze verbeelding van het kolonialisme niet op zijn plaats bij nationale vieringen.
 
BOUWBURO rood-hart is verantwoordelijk geweest voor de bouwkundig- en constructieve uitwerking van de behuizing in samenwerking met Kloosterboer. Kloosterboer is verantwoordelijk geweest voor de bouw en ontwikkeling van deze geklimatiseerde glazen behuizing waar veiligheid een uiterst belangrijke rol speelt. Dit hebben wij o.a. gerealiseerd met gelaagde glasplaten van 6 centimer dik met daarin folie die de koets beschermt tegen UV-straling. 
 
Wij danken Kloosterboer voor het vertrouwen en deze bijzondere opdracht.

opdrachtgever: Amsterdam Museum – Kloosterboer te Purmerend
architect behuizing Gouden Koets: Roderik van der Weijden
lichtontwerp: Joost de Beij

fotografie: Monique Vermeulen – Jan-Kees Steenman